14.7.19

Een nieuw verhaal

Gedurende mijn puberteit was ik depressief en voor lange tijd daarna was ik nog erg neerslachtig. Volgens mijn nabije omgeving kon ik dat maar beter accepteren, want mijn familiegeschiedenis kennende zou mijn zwaarmoedigheid niet zo maar overgaan. Waarschijnlijk zat het in de genen en was er simpelweg niets aan te doen. Dat klonk logisch, maar hoewel ik geen bewijs had, zei iets in mij dat het ook anders kon.

Het idee afhankelijk te zijn van de genen van mijn voorouders voelde niet zozeer aan als waarheid maar eerder als een overtuiging. Het deed me denken aan wat ik ooit las over getrainde olifanten. Een olifant wordt al jong vastgezet met een touw om zijn poot en een metalen pin in de grond. In het begin probeert het zich nog los te rukken, maar zodra dat het begint te beseffen dat dit geen zin heeft doet het geen poging meer om zichzelf te bevrijden. Zelfs niet als de metalen pin wordt vervangen door een houten pin en de olifant volgroeid en sterk genoeg is om deze zelf uit de grond te trekken.

Ik had het gevoel dat ik gevangen zat in een kooi met een open deur. Er was een uitweg, maar ik wist die nog niet te vinden. In het schilderij ‘Zonder titel (gev)’, uit 2001, legde ik dit gevoel vast. Een gekooide vrouwenfiguur laat haar hoofd vermoeid en teleurgesteld hangen. Ze houdt zich vast aan de tralies van haar gevangenis. Een lichtspot legt de aandacht op de vrouw en de spijlen die haar beperken, terwijl in het donker de baren ontbreken en de vrijheid voor het grijpen ligt. Helaas heeft ze dit zelf niet in de gaten, omdat haar gedachten over haar gevangenschap haar futloos maken en haar op haar plaats houden.
Untitled (Gev) - Bianca van Baast































Rond 2003 kreeg ik het album ‘Make yourself’ van de band Incubus cadeau. Het nummer met de gelijknamige titel fascineerde me. Dat je je lichaam kunt vormgeven door veel of weinig te eten en te bewegen is bekend, maar hoe zat dat met je innerlijke gesteldheid? In hoeverre kun je daar invloed op uitoefenen? 

Volgens het boek 'Spontane evolutie' van Bruce Lipton staan we als kind tot ongeveer ons zevende jaar in ‘hypnosestand’ en nemen we alles letterlijk op. Overtuigingen en bevindingen van anderen worden als feiten overgenomen zonder dat we ze ooit in twijfel trekken. Als volwassenen leven we deze aangenomen gegevens zonder dat ze ooit op enige waarheid hoeven te berusten. 
Wat wij als feiten aannemen zijn vaak gedachten over bepaalde ervaringen waar conclusies uit zijn getrokken. Deze conclusies worden niet bepaald door de ervaringen zelf, maar door de gedachten en gevoelens die we op dat moment hebben en het standpunt dat we erbij innemen. Het is dus slechts een overtuiging, één kant van een verhaal dat we onszelf en anderen blijven vertellen. 
We zouden zomaar kunnen besluiten een ander verhaal te gaan vertellen. In het begin zal dit onwennig zijn. We zijn tenslotte geprogrammeerd om op een bepaalde manier te denken en te reageren. Maar we hebben de vrijheid om overtuigingen te onderzoeken, andere standpunten in te nemen en nieuwe dingen te leren. 

Verhalen en overtuigingen ontstaan doordat we in onze hersenen verbindingen leggen tussen woorden, situaties en gevoelens. Die verbindingen zijn als snelwegen die we telkens opnieuw blijven gebruiken. Maar zodra we onze gedachten onderzoeken en aanpassen, op die manier nieuwe gevoelens creëren en een andere visie voor ogen houden (die dankzij ons voorstellingsvermogen al lijkt plaats te vinden), leggen we nieuwe verbindingen. Hoe vaker we die nieuwe ‘snelwegen’ gebruiken, hoe sneller oude verbindingen zullen vervagen. In het begin zal het onwennig en zelfs moeilijk zijn om een nieuw verhaal te vertellen, maar na verloop van tijd, als je steeds vaker die nieuwe verbinding gebruikt, zal het steeds makkelijker worden en ga je bewijzen zien die bevestigen dat je nieuwe verhaal net zo goed waarheid is. Vertel jezelf het verhaal dat jou (in positieve zin) het meest raakt, het verhaal dat je laat stralen of zelfs laat huilen van geluk. Welk verhaal zou je jezelf dan vertellen?

30.6.19

Krijgen wat je wilt door los te laten

Ik leg me neer in het gras. Zonlicht schijnt op mijn gezicht. Ik doe mijn ogen dicht en laat me strelen door de warme stralen, terwijl ik geniet van de geluiden uit de natuur. 
We hebben niet ver gelopen, maar ver genoeg om de bewoonde wereld voldoende achter ons te laten. 
Ik kijk naar de voet die naast me in het gras rust. Wat is een mensenlichaam toch bijzonder. Deze voet alleen al. Het is een kunstwerk op zich. De kleurtonen, lijntjes, poriën. Elk adertje en haartje. Die nagels en ronde vormen! Ik kan niet anders dan de voet even aanraken, zachtjes strelen, met nu en dan een kusje.

‘Wat doe je?’ bromt een diepe stem ergens boven mijn voeteneind. 
‘Ik uit mijn dankbaarheid’, zeg ik, terwijl ik hoor hoe mijn woorden zich verspreiden door de omgeving. ‘Mijn dankbaarheid voor deze perfecte dag, het aangename gezelschap, de schoonheid om ons heen, de rust en de geluiden van de natuur. Ik vind het allemaal geweldig.’ 
Ik leg mijn armen om de voet heen en mijn hoofd er tegenaan, als een kind dat dankbaar is voor de dag, zich nu tegen zijn knuffelbeer aan nestelt en zich overgeeft aan de nacht.
Lovely lucky life - Bianca van Baast
Opeens voel ik een hand over mijn kuit van beneden naar boven bewegen. Mijn voorheen zo ontspannen lichaam staat meteen op scherp. Waar gaat dit naar toe? Is dit wat ik wil?
‘Als je die hand daar plaatst omdat je je verbonden voelt en je dankbaarheid met mij wilt uiten, zonder verdere bijbedoelingen mag je hem laten liggen. Maar als dit een poging is om misbruik te maken van mijn openheid en kwetsbaarheid, dan wil ik dat je je hand onmiddellijk weghaalt. Met welke intentie raak je me aan?’

De hand stopt met bewegen. Ik voel hem aarzelen. 
Mijn lichaam had gelijk, hij zag het als een kans. Maar in plaats van zijn hand terug te trekken, blijft hij liggen. Ik voel zijn intentie veranderen. Mijn lichaam komt tot rust. 
Niet veel later hoor ik hem uit zijn zithouding opstaan en zich naast mij neervlijen. Teder slaat hij zijn armen om me heen en plaatst zijn voorhoofd tegen de mijne. Ik voel dat hij de situatie accepteert. Er is alleen wij samen en dit moment. 
Ik voel mijn hart openen en het verlangen om me aan hem over te geven komt op.
Inwendig grinnik ik. Gaat hij toch nog krijgen wat hij wil...

21.6.19

ZIJN en beweging

Een vriendin van me, die zich met spirituele heling bezighoudt, beweert dat we alleen maar hoeven te ZIJN. Als ik weer eens met een uitdaging te kampen heb, zegt ze dat ik het alleen maar hoef te accepteren en lief te hebben. 
In het boek over tantra dat ik momenteel lees, wordt ongeveer hetzelfde beweerd.Ik word er een beetje onrustig van, van het idee te moeten ZIJN. Alsof ik op een plek terecht kom waar geen beweging in zit, terwijl ik zo graag vooruit wil.

Ik ben ervan overtuigd dat we goden of in ieder geval godsdelen zijn en de kracht bezitten om ons leven grotendeels zelf vorm te geven. Ik schrijf ‘grotendeels’, omdat we tot op zekere hoogte altijd afhankelijk blijven van andermans verlangens. 
Het idee dat ik geen slachtoffer ben van de omstandigheden, maar de dingen zelf in de hand heb, maken me hongerig naar beweging en groei, en nieuwsgierig naar wat er allemaal nog meer mogelijk is.

Voor lange tijd heb ik gedacht dat vooruitgang gelijk stond aan veel DOEN. Met vechten en volhouden. Maar het enige wat dat opleverde was tegenwerking, fysieke pijnen en een burn out. 
Echt ontwikkelen, en dus niet telkens op hetzelfde punt terugkomen, doe je door je eerst bewust te worden van wat er NU is.

In plaats van als een kip zonder kop rond te rennen om je te ontdoen van ongemakken, en het zo snel mogelijk willen vervullen van verlangens, is het dus, zoals mijn vriendin en het boek beweren, belangrijk om eerst te voelen en te accepteren wat er nu speelt. Zolang je dat niet doet, blijf je je er tegen verzetten, ervan wegvluchten of erbij bevriezen en kom je nooit verder dan het punt waaraan je voorbij wilt.
 Freedom- the carousel - Anne Wipf



‘Mijn ziel weet wel wat goed voor me is’, beweerde diezelfde vriendin toen ze zelf in een moeilijke situatie terecht kwam. En dus trok ze zich terug uit de situatie om tijd voor zichzelf te nemen en te ZIJN. 
Hardop, in haar bijzijn, vroeg ik me af of haar opmerking en actie wel juist was. Want wat ik van het project ‘Een glimp van je ziel’ heb geleerd, is dat de ziel een voorkeur heeft voor een bepaalde ervaring, maar dat elke andere ervaring ook welkom is. Dus zolang wij geen KEUZE maken over WAT we willen ervaren en alles maar laten gebeuren, is de kans groot dat we als een stuurloos bootje op zee blijven ronddobberen zonder ooit ergens te komen.

Naast acceptatie en liefhebben voor wat er nu speelt is het dus belangrijk dat we bepalen (met heel ons lichaam, ziel én ego, en dus niet alleen ons hoofd) wat ons enthousiast maakt en waar we naartoe willen. Dat we geloven in onze potentie, een visie creëren van onze toekomstige zelf, een intentie zetten en alvast zo vaak mogelijk voelen hoe we ons zouden voelen als we onze toekomstige zelf zijn. Doen we dat niet, dan lopen we de kans alsmaar in cirkeltjes te blijven rondrennen.

Dit lijkt in tegenstrijd met de ZIJN-theorie van mijn vriendin en de auteur van het tantraboek, maar eigenlijk is het dat niet. 
ZIJN is een staat van overgave, vertrouwen, compleetheid en verbinding. Zodra je kunt ZIJN met wat er is, maak je dus contact met alles wat er (mogelijk) is en word je als het ware de persoon die je in de toekomst wilt zijn. Omdat het er al is, laat je makkelijker los, geef je je makkelijker over en gaat alles stromen. Op deze manier komt de gewenste toekomstige jij (sneller) dichterbij en kom je makkelijker voorbij het punt dat voorheen een obstakel tot groei was.

Hoewel het belangrijk is om zoveel mogelijk te ZIJN, omdat dit de stand is waarin we ontvangen, geloof ik niet dat het de bedoeling is dat we altijd in die ZIJN-stand staan. ‘Niet-ZIJN’ is namelijk een soort ‘vraagstand’; Er is wrijving, onrust, verzet en we willen de dingen anders. Deze stand hebben we nodig om ontwikkeling mogelijk te maken. Je kunt tenslotte niets ontvangen als je je nooit bevindt in een situatie waarin je vraagt. De kunst is om, zodra je in de vraagstand staat (het niet-ZIJN), dit zo snel mogelijk gewaar te worden en te accepteren, des te sneller kom je in de ontvangststand van ZIJN.
In the midst of creation - Bianca van Baast

19.5.19

De sleutel tot een betere wereld

Ik kwam eigenlijk voor een andere expositie. Maar toen ik ruim een jaar geleden het Noordbrabants museum bezocht, besloot ik de tentoonstelling ‘De jaren 80. Doemdenkers en positivo’s’ ook even mee te pakken.
Binnen hield ik verbaasd stil voor een muur vol nieuwsfoto’s en quotes van ‘Loesje’. In ruim dertig jaar leek er niets veranderd te zijn! De namen van daders en slachtoffers waren veranderd, maar oorlog, armoede, milieuproblemen, discriminatie en gezondheidsproblematiek bestonden toen en nu nog steeds.

Het verbaasde me eerlijk gezegd niets. Aangezien onze aanpak telkens hetzelfde is. Terwijl Albert Einstein toch duidelijk zei dat het waanzin is om keer op keer hetzelfde te doen en verschillende resultaten te verwachten.Het probleem is dat we onszelf niet goed genoeg kennen. We denken dat het issue buiten onszelf ligt, dat iets of iemand anders het probleem is, terwijl het in werkelijkheid in ons zelf bevindt.
Not me I - Bianca van Baast

We zijn gezegend met een hart en een brein, die ik graag vergelijk met de ziel en het ego, of met energie en materie. Het lijkt alsof deze twee niets met elkaar van doen hebben, maar in werkelijkheid zijn ze twee kanten van dezelfde spreekwoordelijke medaille. Het een kan niet zonder de ander. Ze hebben elkaar nodig om te kunnen scheppen.

Het hart, de ziel, energie staat in contact met het hele universum en communiceert dag en nacht met de rest van de kosmos. Omdat het weet dat bewustzijn niet kan sterven, is het bereid om het fysieke lichaam op te geven in ruil voor ervaring.

Het brein, ego, materie is een (relatieve) illusie. Het begrijpt niet dat alles eeuwig en verbonden is. Het wil ons fysieke lichaam beschermen en is daarom constant gefocust op gevaar.

De ziel wil ervaring. Want elke ervaring leidt tot een nieuw verlangen. En nieuw verlangen zorgt voor vooruitgang. Dat is waar we hiervoor op aarde zijn: beweging/evolutie. Dat is alleen mogelijk als we een lichaam hebben waarmee we kunnen voelen. We creëren tenslotte met ons gevoel. En om dit lichaam zoveel mogelijk ervaring op te laten doen, hebben we het ego en het brein nodig om het in leven te houden.

Ons brein, en dan met name het emotionele- en reptielenbrein in het midden van onze hersenen, zorgt dat het lichaam stresshormonen afscheidt als het denkt in gevaar te zijn. Niet alleen als je werkelijk in gevaar bent, maar ook als iemand je afsnijdt in het verkeer, wanneer je denkt dat de toekomst om wat voor reden dan ook onzeker is, of als iemand anders reageert dan verwacht. In zo’n geval sluit het brein, het hart en eigenlijk heel het lichaam zich af van de buitenwereld om zich te beschermen. Van de emoties die dit oplevert, zoals boosheid, verdriet, neerslachtigheid en angst, willen we natuurlijk zo snel mogelijk af. Automatisch gaan we over tot piekeren en actie nemen. Je zorgen maken, oordelen en grenzen opwerpen geven je het gevoel bezig te zijn met de oplossing, maar in werkelijkheid houd je je bezig met het probleem, blijf je dezelfde hormonen aanmaken en houd je je gedachten, zelfs de illusionaire, in stand.

Als je je zorgen maakt over een bepaalde situatie heb je de neiging anderen te overtuigen van jouw waarheid en oplossing. Hoe meer je die waarheid en oplossing probeert op te dringen aan een ander, hoe meer het brein van die ander zich bedreigd gaat voelen en begint tegen te werken in plaats van mee te bewegen. Mensen willen sowieso niet graag horen dat ze fout zitten of zouden moeten veranderen.

Echte verandering kan alleen plaatsvinden als we onszelf openen en anderen helpen hetzelfde te doen. Ten eerste door te luisteren naar wat het ego ons te vertellen heeft. Dat is een moeilijke opgave. De meeste mensen zijn gewend om onaangename gedachten en gevoelens weg te duwen of weg te wuiven. Luister toch en neem jouw emoties (en die van een ander) serieus, maar beschouw het verhaal niet als waarheid, aangezien het slechts een illusionaire waarheid is.

Ten tweede kun je het brein afleiden door het een taak te geven. Toen ik rijlessen nam adviseerde mijn rijinstructeur me om in bochten te kijken naar het punt waar ik naartoe wilde. Alleen dan zou ik op de gewenste plek uitkomen. ‘Hoe’ we ergens komen, hoeven we ons dus niet te weten. Het is niet aan de mens om dit in te vullen. Ons brein heeft tenslotte maar een zeer beperkte zicht op de waarheid. Het belangrijkste is dat we gericht blijven op ‘waar’ we naartoe willen.

Omdat we creëren met gevoelens en emoties, moeten we het brein de opdracht geven te focussen op het gevoel dat we willen bereiken, zoals bijvoorbeeld vrijheid, compassie, verbinding, welzijn, liefde of vreugde. Hou jezelf en anderen een gevoelsbeeld voor waar het ego onmogelijk ‘nee’ tegen kan zeggen. En zet de intentie om hier zoveel mogelijk naar te handelen. Op deze manier verander je alvast de uitkomst van vele kwesties.

Omdat het brein zich maar op één ding tegelijk kan focussen begint het lichaam stresshormonen te vervangen met gelukshormonen. Het gevolg is een open mind, een open hart en verbinding met andere delen uit het universum. De stappen waartoe we geïnspireerd worden komen nu van buiten onszelf. Het zijn ingevingen van (een deel van) de kosmos, die meer overzicht heeft dan wijzelf met ons beperkte brein. De volgorde en handelswijze waartoe we geïnspireerd worden zullen we niet altijd kunnen bevatten. Maar hoe hoger de intentie, hoe beter elke stap uitpakt voor alles en iedereen.

Listen - Bianca van Baast

16.4.19

Dag religie. Hallo geloof in onszelf.

Make me an instrument of thy love -
Bianca van Baast
Vorige maand was er brand in de kerk Saint Sulpice te Parijs. Gisteravond en vannacht woede er brand in de Notre dame en de Al-Aqsa moskee. Het doet pijn om deze prachtige gebouwen vol kunst en cultuur in vlammen op te zien gaan. Maar... niets is bedoeld om bewaard te blijven. Het oude hoort te vergaan en nieuwe dingen willen gecreëerd worden. Dat is evolutie. Zo ontwikkelt de mens, de wereld en het universum zich.
Ik zie dit als een nieuw tijdperk waarin oude religies worden losgelaten en de mens uitgenodigd wordt om te geloven in zijn Goddelijke zelf en zijn eigen creatiekracht. Want, Goden en Godinnen, dat zijn we.

Hoezo dan? 
Nou, stel je zelf eens voor dat jij het enige bent dat bestaat. Om je heen bevindt zich niets. Geen andere mensen, dieren of planten. Zelfs het ruime universum, met al zijn planeten en sterren, ontbreekt. Er is geen binnen en geen buiten jou. Alleen jij bestaat. Er is niets of niemand waarmee jij je kunt vergelijken. Je ervaart geen emoties of gevoelens; geen verzet of verlangen, want er is niets dat dit bij je oproept. Stel dat deze toestand blijvend is. Dat er nooit een reden komt om over te gaan tot actie, om iets te veranderen of te bereiken. Je zou stil staan, niets doen. Geen verdriet kennen, maar ook geen blijheid of liefde. Je zou nooit vooruitkomen of groeien. 
Vraag jezelf nu eens af: Zou je aanwezigheid in zo’n geval zin hebben? 
Het antwoord is natuurlijk ‘nee’. Het zou nutteloos zijn. Het bestaan krijgt pas zin als er iets tegenover staat. 

De enige manier om dat mogelijk te maken is door jezelf op te delen, zodat er contrast ontstaat. Denk aan de oerknal. Vóór de oerknal moet er niets anders zijn geweest dan dat ene. En dankzij de knal ontstond er een oneindigheid aan alles, terwijl het nog steeds dat ene bleef. 
Al het zichtbare en onzichtbare dat bestaat; mensen, flora, fauna, sterren en planeten, maar ook stenen, gassen en metalen zijn voortgekomen uit dat ene; de bron.


De wetenschap bevestigd dat alles uit moleculen bestaat en dat die moleculen op hun beurt weer atomen bevatten. Behalve dat die atomen grotendeels inhoudsloos zijn, bevatten ze elektronen, neutronen en protonen. Wij mensen, en al het zichtbare en onzichtbare om ons heen, bestaan - natuurkundig gezien - uit verschillende samenstellingen, maar komen uiteindelijk allemaal voort uit hetzelfde materiaal; pure energie. 

Deze energie, waar alles dus uit bestaat, kan niet anders zijn dan de bron. Door velen ook wel God of Allah genoemd. ‘God’ heeft in dit geval niets met religie te maken, maar het verklaart wel waarom de bijbel beweert dat God zich overal bevindt. En waarom diverse culturen en religies meerdere Goden, God(inn)en en/of natuurgeesten aanbidden. Het Japanse Shintoïsme bijvoorbeeld, vereert 8 miljoen Goden, waarbij 8 miljoen staat voor oneindig; men gaat er vanuit dat alles goddelijk is en met respect behandeld dient te worden, inclusief de mens.

Eeuwenlang zijn we nu opzoek geweest naar wijsheid en kracht buiten ons, maar wat nu als die zich in ons bevind, omdat we Goden zijn?! Dan zou deze Hindoe legende meer waarheid bevatten dan we in eerste instantie misschien denken:

De Goddelijkheid van de mens

Er was eens een tijd, heel lang geleden,
dat alle mensen Goden waren.
Ze beschikten allen over een geweldige macht,
maar zij maakten daar misbruik van.
Brahma, de God der Goden, besloot daar iets aan te doen.
Hij wilde de Goddelijkheid van de mens verbergen.
Hij riep alle mindere Goden bijeen en vroeg hen
waar hij het beste met die grootheid kon blijven.

Een van de Goden zei:
‘Laat ons de grootheid maar begraven in het diepst van de aarde.’
Waarop Brahma antwoordde:
‘Nee, want eens komt de dag dat de mens 
zo diep zal graven dat hij zijn grootheid terug zal vinden.’

Een andere God zei toen:
‘Gooi het in het diepst van de oceaan.’
Maar opnieuw antwoordde Brahma:
‘Nee, want eens komt de dag dat de mens
het diepst van de oceaan zal ontdekken.’

Een derde zei:
‘Verstop het op de allerhoogste berg.’
Maar ook hierop antwoordde Brahma:
‘Nee, want eens komt de dag dat de mens die bergtop zal beklimmen.’
Ten einde raad gaven de mindere Goden het op.

Toen zei Brahma, de God der Goden:
‘Op aarde is maar één plaats,
waar de grote Goddelijkheid van de mens
afdoende kan worden opgeborgen.
Eén plaats waar hij zeker nooit zal zoeken.
En dat is: In het diepst van hemzelf.’

En sindsdien heeft de mens gegraven, gedoken en geklommen
op zoek naar datgene wat diep in hemzelf verborgen ligt...

2.4.19

Van schilderen naar schrijven

Vreemd, hoe het leven kan lopen. Als meisje van 6 à 7 jaar wist ik zeker dat ik later kunstenaar ging worden. In 2011, toen ik zo’n 8 jaar als kunstenaar werkzaam was, kreeg ik een burn out. De drang, die ik altijd had gevoeld om te tekenen en schilderen, werd minder. Ik vroeg me af of dit het einde van mijn schilderscarrière inluidde. Was het misschien de bedoeling dat ik iets anders ging doen?


Ik ging schrijven over kunst, over reizen, over gebeurtenissen in mijn leven en de inzichten die het me bracht. Opvallend genoeg kwam ik steeds hetzelfde onderwerp tegen; volg je bezieling. Wat laat je stromen, wat geeft jou het gevoel dat je leeft in plaats van overleeft of wordt geleefd?

Als mensen me vragen wat ik tegenwoordig doe, voel ik me vaak schuldig en lui, omdat ik in de afgelopen jaren zo weinig kunst heb geproduceerd en geëxposeerd, ondanks dat ik daar altijd goede redenen voor heb gehad.
Vanochtend realiseerde ik me dat ik al jaren geen schetsblok meer bij me draag. Ideeën voor potentiële schilderijen vallen me nog maar zelden spontaan in. Teksten daarentegen des te meer. Schriftjes, kladblaadjes en Word-bladen op mijn pc staan vol. Mijn mobiel met zijn opnamerecorder en notitieblok draait overuren. Waar eerst mijn huis vol lag met schetsen, zie je nu aantekeningen liggen voor blogs,- en boekideeën. 
Ik stop niet met schilderen, want wat ik wil delen kan zowel via tekst als via beeld, maar… net zoals ik anderen aanmoedig om hun bezieling te volgen, moet ik ook gaan waar de (levens)stroom me naartoe leidt...

Blind vertrouwen II - Bianca van Baast

31.3.19

Geheimen

Het was in de periode dat ik nog vol overtuiging kale en naakte mensfiguren schilderde dat ik voor lange tijd naar het beeldscherm zat te staren en dacht: 'Wat moet ik hier nou op antwoorden?!'
Ik had gereageerd op een oproep van een Amerikaanse journaliste die kunstenaars zocht voor een interview. Ik had me aan haar voorgesteld en geschreven dat ik de mens achter het sociale masker schilderde. Dat ik daarmee meer openheid en eerlijkheid wilde bewerkstelligen en dat ze mij mocht interviewen. Maar nu wilde ze weten wat ik verborg achter míjn masker…

Geheimen. Herinner je je nog hoeveel lol je als kind had, als je samen met een vriendje iets verborg? De spanning en de opwinding die het met zich meebracht als je dingen achterhield voor je ouders, broertjes, zusjes of anderen? De macht die je voelde omdat je iets wist wat anderen niet wisten.
Geheimen kunnen wat dat betreft heerlijk zijn, maar niet altijd. Er zijn geheimen die we liever voor ons zelf houden. Omdat ze iets over ons vertellen wat we niet durven te openbaren. Omdat ze ons kwetsbaar maken.

Zonder titel (grm) -
Bianca van Baast
Natuurlijk verborg ik in die tijd iets achter mijn masker. Wie niet? Maar om die geheimen met de journaliste te delen, zodat zij ze aan de grote klok kon hangen, dat durfde ik niet. 
Later realiseerde ik me pas hoeveel ik toentertijd verborg. Niet alleen voor anderen, maar vooral ook voor mezelf. Emoties, zoals jaloezie, verdriet, woede en angst. En natuurlijk de schaamte die hiermee gepaard ging. Telkens als die emoties aan de oppervlakte dreigden te komen duwde ik ze automatisch en onbewust weg.

Ik vermoed dat anderen wel zagen wat ik deed. Onbewust ga je er toch naar handelen. Je wordt gesloten, minder benaderbaar en het idee dat je onschendbaar bent zolang je het geheim bewaard is een illusie; hoe meer je probeert te verbergen, hoe meer je uit balans raakt en anderen de kans krijgen je onderuit te halen.
Geheimen kunnen wat dat betreft ziekmakend zijn. Niet alleen voor de geheimhouder, maar ook voor buitenstanders. Denk maar aan bedrijven die stiekem afvalstoffen lozen in drinkwater of banken die financiële informatie achterhouden waar klanten later de dupe van worden. 

Nog niet zo lang geleden kreeg ik een mailtje van iemand naar aanleiding van mijn blog met de opmerking: ‘Zou je dit allemaal wel zo open en bloot delen?’ 
Mijn antwoord was ‘Ja’. Ja, want ik wil niets meer krampachtig verbergen. Natuurlijk zijn er nog dingen die ik niet met iedereen deel, omdat niet iedereen ze zal begrijpen. Maar ik wil mijn emoties onder ogen komen, verantwoordelijkheid nemen voor mijn gevoelens, mijn masker afdoen, toegankelijk zijn en er op vertrouwen dat als het een keertje anders loopt dan gewenst, ik daar wel weer bovenop kom.