29.5.20

Verhuizen qua lichaam: een prana update

Halverwege 2019 las ik in het boek De intelligentie van licht:

Een plant richt zich altijd naar licht en is met zijn wortels altijd opzoek naar grond met een ideale vochtigheidsgraad. Dankzij dit proces waarbij een plant op het juiste moment op de juiste plaats is, wordt de fotosynthese mogelijk, waardoor zonlicht kooldioxide (CO2) en water (H2O) bindt om suiker te maken; de essentiële brandstof van organische systemen.
Als mensen en dieren planten eten, wordt die binding weer verbroken en wordt suiker omgezet in kooldioxide en water.
Kooldioxide verlaat het lichaam via de longen, water wordt via zweet en urine afgevoerd, en het licht blijft in het organisme achter.
In wezen leven wij dus van zonlicht.
Planten absorberen de vormloze energie van het licht van de zon en slaan die in hun bladeren op, dat we vervolgens gebruiken.
En wat overblijft is … licht.

- Jacob Isreal Liberman


Enkele weken later gaf ik me op voor een retraite om mijn prana proces te starten; een transformatie waarbij je je cellen en DNA zo programmeert dat je lichaam geen eten of drinken meer nodig heeft, maar leeft van licht en (vocht uit de) lucht. Je slaat dus het bovenstaande proces - het eten van planten (en dieren) - over.
Hoewel de retraite maar 8 dagen duurde, neemt de volledige transformatie een jaar in beslag. Momenteel heb ik er 8 maanden opzitten.

BoekenDe transformatie voelt aan als een verhuizing. Je verkast als het ware van een woning die je bent ontgroeit, naar een woning die nu nog te groot is, maar alle ruimte en mogelijkheden biedt waar je in de toekomst gebruik van wilt maken. Voor de ene bewoner zal dat een babykamer zijn, voor de ander kantoorruimte en voor weer een ander een gym of een mancave. Alleen in dit geval verhuis je niet van woning, maar van lichaam.

Zodra je de beslissing neemt om te verhuizen voel je je enthousiast. Je hebt zin in een nieuw hoofdstuk, de ruimte en groeimogelijkheden die het je gaat bieden. 
Op het moment dat je een definitieve beslissing maakt en het contract ondertekent komen echter de eerste twijfels. Wil ik dit echt? Wat nou als het nieuwe huis toch niet is wat ik ervan verwacht? Ben ik dit oude huis echt ontgroeit? Kan ik niet nog iets langer blijven?

Zodra je doorzet heeft iedereen een mening. De een snapt niet waarom je niet tevreden bent met wat je hebt. De ander is blij voor je en biedt aan je te helpen verhuizen.
Samen is deze stap een stuk makkelijker en vooral tijdens de retraite voel je je dan ook gedragen door de groep. 

Na de retraite is niets meer hetzelfde. Het contract is getekend, maar intrekken in je nieuwe huis lukt nog niet. Daarvoor moet er nog te veel gedaan worden om het bewoonbaar te maken. Ondertussen staat je oude woning op zijn kop. Spullen komen van hun plek, stof wordt afgedaan en dozen die al jaren gesloten waren worden geopend. Je schrikt van de rommel die aan het licht komt.

The Magical Mystery Box and Co - Lissy Elle
Iets nieuws betrekken met oude spullen past niet, dus moet je onder ogen komen wat je al die tijd in het donker hebt gehouden. Wat wil je mee nemen en wat niet. Je komt dingen tegen die niet langer bijdragen aan jouw welzijn, maar waar je nog geen afstand van kunt doen. Want wie ben je zonder die spullen? Zonder die overtuigingen? Zonder dat overlevingsmechanisme? 
Loslaten is spannend. Kun je omgaan met onzekerheid? 
Opnieuw ga je twijfelen. Ben ik wel realistisch? Wil ik niet te veel? Droom ik niet te groot? Past dit nieuwe huis wel bij mij? 
Maar de beslissing voelt juist. Ondanks de zenuwen popel je om over te gaan.

Eenmaal in je nieuwe huis is het nog geen thuis. Sommige spullen waaraan je vasthield blijken toch niet te passen. Ongeacht hoe graag je ze wilt behouden ter steun en houvast; het heeft geen zin ze te bewaren. Je moet ze laten gaan, en de leegte en onzekerheid omarmen.

De leidingen en kabels in dit nieuwe huis functioneren anders en daar moet je nog even aan wennen. 
De belofte van de nieuwe woning blijft dus nog even uit. 
Het ontdoen van het bekende vraagt om een herdefinitie; wie ben ik? Wat vind ik belangrijk? Wat past nog bij me en wat niet? Hoe wil ik mijn nieuwe verblijf, dat zoveel lichter en ruimer is, inrichten nu het oude niet meer past? 

Gedurende het transformatieproces laat je oude cellen los en maakt je lichaam nieuwe cellen aan, zonder - zoals gebruikelijk - de oude informatie mee te nemen. Je schoont dus letterlijk je lichaam en cellen op en bevordert hiermee je gezondheid en energieniveau. 

Prana proces:
8 maanden - Bianca van Baast
Het proces verloopt bij iedereen anders. Gedurende het jaar kom je emoties tegen die liggen opgeslagen in je cellen en verbonden zijn met oude herinneringen. Het moment waarop je ze tegenkomt is afhankelijk van het soort cellen waarin de informatie ligt opgeslagen. De huidcellen komen bijvoorbeeld eerder aan de beurt dan de cellen van het geraamte. Met het loslaten van de informatie laat je ook beperkende overtuigingen en overlevingsmechanismes los.

Dit ontdoen gaat samen met het ontgiften van het lichaam en het verlies van lichaamsgewicht. Hoe snel en hoeveel verschilt per persoon. De een verliest 30 kilo in vier maanden tijd, terwijl een ander gedurende het hele proces amper 10 kilo afvalt. Bij mij verliep het langzaam. Ik verloor ongeveer 25 kilo in 6,5 maanden. 

Sinds anderhalve maand is mijn lichaam zich weer aan het opbouwen. Het afvallen is gestopt, mijn spieren worden sterker en mijn lichaam wordt ronder. Langzaam begin ik een visie te creëren voor mijn nieuwe thuis: Wat wil ik nog binnen laten en wat niet?

Ondanks dat mijn oude lichaam en leven al lang niet meer voor mij werkte, en mijn nieuwe lichaam liever niet meer eet, valt afscheid nemen van het bekende soms zwaar. Klaar om volledig te stoppen met eten, ben ik dus nog niet.

Hoe mijn nieuwe woning eruit gaat zien, zowel qua interieur als exterieur, weet ik nog niet. Om daarin mijn weg te vinden gun ik mezelf niet die overige 4 maanden, maar een leven lang.

PS: Onderga dit proces altijd onder goede begeleiding!

14.5.20

De mens en het masker

Mijn moeder appte me gisteren twee foto’s. Eén van een reeks mondkapjes die ze heeft gemaakt, en één van mijn vader met mondkapje op.
Heel surreëel.
Vroeger lachten we om Michael Jackson en de Aziaten met hun mondkapjes. Nu lijken we de kapjes zelf massaal te omarmen als het-nieuwe-normaal.
Het maakt me verdrietig. Omdat dit het tegenovergestelde is van wat we zo hard nodig hebben.


Begin deze eeuw schilderde ik regelmatig mensfiguren met maskers op. Een uitnodiging om je sociale masker af te zetten. Om elkaar te laten zien dat we allemaal gekwetst, gebutst en imperfect zijn. Om daar berusting in te vinden en rekening mee te houden.Hoe spannend ik het ook vond, ik wilde van mijn vermomming af. Ik wilde een leven waarin ik mezelf kon zijn, leven vanuit mijn essentie, authentiek en zonder me voor te wenden dat ik iemand ben die ik niet ben. En daarvoor was ik bereid de lelijke waarheid onder ogen te komen.
Untitled (MGR)- Bianca van Baast

Maar toen ik beetje bij beetje meer glimpen te zien kreeg van de persoon achter het masker, zag ik iets wat ik nooit voor mogelijk had gehouden. In plaats van lelijkheid, vond ik een prachtig stralend wezen. Een mens vol potentie, compleet en perfect als een pasgeboren baby. Een ziel die alles met onvoorwaardelijke liefde omarmt en volledig kan ZIJN met wat is. 
In plaats van zich krampachtig te verstoppen toonde het zich in haar volle glorie; kwetsbaar, en juist daardoor oneindig krachtig. 

‘Als dit is wie we werkelijk zijn’, vroeg ik me af, ‘hoe komen we dan aan dat masker?’ Het antwoord ontving ik een tijdje later.

Als baby ervoeren we onszelf als een schitterende ziel, een goddelijk wezen. We stonden open voor elke ervaring en persoon. Verbinding maken ging makkelijk, omdat we in contact stonden met ons hogere Zelf.
Maar elke keer dat de buitenwereld onze goddelijke essentie niet (h)erkende, creëerden we een laagje om ons heen. Niet zo zeer om ons zelf te beschermen, maar om tegemoet te komen aan het beeld dat anderen van ons hadden.

Dat we ons aanpasten had een functie; hoe meer we tegemoet kwamen aan het beeld van onze verzorgers, en we ‘erbij hoorden’, hoe meer zorg, liefde, veiligheid en zekerheid ze ons boden. 
Ondertussen sloten we ons steeds verder af voor de wijsheid van ons Zelf.

Open - Bianca van Baast
Dat we een sociaal masker of een muur(tje) om ons heen hebben is eigen heel normaal. Hoe dik die laag is, is afhankelijk van hoe authentiek we mochten zijn van onze omgeving.
Volwassenen die als kind opgroeiden in een omgeving waarin zij hun eigen mening mochten hebben en uiten, groeiden vaak opener, flexibeler en krachtiger op dan zij die zich moesten neerleggen bij het denken en doen van hun omgeving. 

De ziel staat ondertussen op knappen. Ze heeft het benauwd, wil gezien en beleefd worden. Dat laat ze weten door onze aandacht te trekken via ongemakken die ons verplichten naar binnen te gaan, op zoek naar oplossingen.

Maar naar binnen gaan doen we zelden. Ondanks dat we ondertussen volwassen zijn en prima voor ons zelf kunnen zorgen, kijken we nog altijd naar autoriteiten buiten ons. En blijven we ons leven en welzijn in andermans handen leggen. 
Maar als anderen jouw goddelijkheid - en de creatiekracht die daarbij vrijkomt - in het verleden al niet zagen, waarom zouden ze dat nu wel doen? 

In plaats van ruimte geven aan de ziel, zetten we nu een tweede masker op: een mondkapje. Ik ga je hier niet adviseren om het kapje wel of niet op te zetten. Naar binnen gaan kan namelijk zowel met als zonder mondkapje. Maar ik vraag je wel waar je naartoe wilt?
Wil je afstand, maskers en mondkapjes behouden en contact bemoeilijken?
Dit is enkel uitstellen van wat ooit toch moet gebeuren: ruimte geven aan je Zelf en de wijsheid die daarmee vrijkomt. 
Of nemen we hamer en beitel op en breken we maskerende lagen en muurtjes af?
Untitled (MG03) - Tomasz Alen Kopera

12.5.20

Vandaag de uitdaging, morgen de zegen

De laatste maanden heb ik het gevoel mee te spelen in een soort Harry Potter verhaal. Alleen ‘hij-die-niet-genoemd-mag-worden’ heet niet Voldemort, maar COVID-19, beter bekend als corona. 
In de Harry-Potter-reeks sidderen mensen van angst als er over ‘hij-die-niet-genoemd-mag-worden’ wordt gesproken. Omdat hij dood en verderf zaait, en wantrouwen bij mensen oproept. Sommigen beweren dat het daarom beter is over hem te zwijgen.

Ik merk dat ik eenzelfde soort mening aanhang; door niet te veel bezig te zijn met de uitdagingen waar we momenteel mee te maken hebben, voel je je minder snel neergeslagen en machteloos. En blijf je rustig en open voor nieuwe mogelijkheden.

Toch is het goed om regelmatig stil te staan bij de gedachten, gevoelens en emoties die er bij dit virus, de getroffen maatregelen en de nieuwe omstandigheden loskomen. Deze komen namelijk niet voor niets naar boven. Ze zitten er al jaren. Mogelijk zelfs al generaties. En ze willen gehoord en geheeld worden. Als we ze wegduwen blijven we telkens nieuwe situaties tegenkomen waarin zij onze aandacht vragen, totdat we eindelijk naar hen luisteren. 

Uit de jeugdfilm Nanny McPhee Returns haalde ik wat dat betreft een belangrijke les. In deze film speelt Emma Thompson de lelijke en strenge kinderjuf Nanny McPhee. De kinderen die zij onder haar hoede krijgt zien haar liever gaan dan blijven. Waarop McPhee uitlegt: ‘Wanneer je me nodig hebt maar me niet wilt, moet ik blijven. Wanneer je me wilt maar niet langer nodig hebt, vertrek ik. 
Waarop één van de kinderen reageert: ‘hoe kan iemand jou nou wensen?!’. Maar aan het einde van de film ziet zelfs dit jongetje haar waarde in; ze bracht rust en harmonie waar eerst onenigheid en chaos heerste.


In 2017 lag ik regelmatig dagenlang op bed vanwege chronische pijnen. Er waren momenten waarop ik niet kon lopen, staan of zitten. Zelfs liggen deed pijn. Ik wist dat deze pijn mijn Nanny McPhee was. Maar hoe kon ik in hemelsnaam ooit van haar houden, als ze alles wat ik had opgebouwd kapot maakte?! Ik kon mijn werk niet meer doen, moest mijn auto verkopen en raakte contacten kwijt doordat ik amper de deur uitkwam. Soms kwam de pijn zo onverwachts dat ik op de koude vloer van mijn keuken of atelier moest gaan liggen, omdat ik niet langer in staat was een stap te verzetten. Er waren momenten waarop ik werkelijk dacht dat ik dood zou gaan. 

Wanneer onze wereld in duigen valt en daarmee het gevoel van chaos veroorzaakt, doen we twee dingen. Ten eerste onttrekken we onze aandacht uit het lichaam. We willen niet langer voelen.
Ten tweede gaan we opzoek naar een oplossing door ons verstand te gebruiken. 

In de Harry-Potter-reeks kan Potter zijn vijanden alleen verslaan als hij gebruik maakt van de beschermende kracht van zijn Patronus. De zilverwitte Patronus verschijnt wanneer iemand zich gelukkig voelt en tegelijk de spreuk 'Expecto Patronum' uitspreekt. 
Eerst gaat Harry naar zijn hoofd. In gedachten haalt hij de ene na de andere herinnering omhoog, maar niets geeft hem voldoende geluk om de Patronus op te roepen. In zijn lichaam zakken en voelen wat daar zit doet hij niet, want dan zou hij geconfronteerd worden met de dood van zijn ouders. Zij zijn vermoord door ‘hij-die-niet-genoemd-mag-worden’ en daar bij stilstaan veroorzaakt pijn, verdriet en angst.

Op een gegeven moment lukt het Harry toch om bij het ogenblik te blijven waarop zijn ouders gedood worden. Het is alles behalve aangenaam. Maar door erbij te blijven in plaats van het te verdringen, lost de pijn op en komt er ruimte voor andere herinneringen; gelukkige momenten samen met zijn ouders. En daar, in die herinneringen, vindt Harry Potter het geluk om zijn Patronus te activeren en zijn vijanden te verslaan.


Ondanks mijn pijnen, sombere toekomstvoorspelling en bijkomende emoties moest ook ik uit mijn hoofd en in mijn lichaam zakken om verandering teweeg te brengen. Op de momenten dat ik erbij kon blijven en observeren wat er in mij afspeelde, begon alles te stromen. Er kwam ruimte, hoop en inzicht. Beetje bij beetje begon ik in te zien dat de pijn werd veroorzaakt door vasthouden aan dingen die al jaren niet meer voor mij werkte. Dingen waarvan ik dacht dat ze me veilig hielden en gelukkig maakte. Terwijl ze me in werkelijkheid vooral stress opleverden.

Volgens sommigen is COVID-19 een teken dat de natuur terug vecht of ons waarschuwt dat we anders moeten omgaan met de aarde, de economie en elkaar. Indirect is dit waar. Maar eerder is het een uitnodiging om de confrontatie aan te gaan met je gedachten, gevoelens en emoties rondom dood, chaos, waardeverlies, machteloosheid en eenzaamheid. Pas als we die stukken onder ogen komen, observeren en doorvoelen zullen ze plaats maken voor geluk, rust, welzijn, vrijheid, kracht en vervulling.

Uitdagingen, zoals corona, maar ook andere ziektes, tekorten of beperkingen, zullen we niet snel liefhebben. Maar zodra we de transformatie die ze ons bieden doorstaan hebben zullen we dankbaar verzuchten: ‘het was zwaar en alles behalve makkelijk, maar ik had het voor geen goud willen missen. Achteraf gezien was het het beste dat me kon overkomen.’

4.5.20

‘Flow' of meestromen, wat betekent dat eigenlijk?

Schrijven voor Een glimp van je ziel was nooit mijn ambitie. Als zesjarig meisje wist ik al dat ik kunstenaar wilde worden en dus was het niet meer dan logisch dat ik als volwassene ging doen waar mijn hart lag: schilderen.
Mijn omgeving begreep niet waarom ik koos voor zo’n onzeker vak. Was het niet verstandiger een beroep uit te oefenen met meer zekerheid? En schilderen als hobby ernaast te beoefenen?

Dat had gekund, maar dat zou betekenen dat ik niet zou stromen, dat ik niet het gevoel zou hebben voluit te leven, dat ik een deel van mezelf zou inhouden uit verlangen naar zekerheid, terwijl geen enkele baan die werkelijk biedt. 
Al gauw werd ‘bezield leven’ dan ook het thema in mijn kunst; een uitnodiging aan de toeschouwer om jezelf te zijn, je niet in te houden maar te kiezen voor expressie, beweging en ‘flow’. 

Ik merk echter dat er veel misvattingen bestaan over meestromen. In het nummer ‘Stronger’ van Britney Spears bijvoorbeeld hoor ik haar zingen ‘I used to go with the flow. Didn't really care about me’. Waarmee ze lijkt aan te geven dat meestromen betekent: doen wat je omgeving van je verwacht en vooral nergens tegen in gaan of voor je eigen wensen opkomen. Flow, lijkt wat dat betreft vaak gelijk te staan aan ‘gemak’ en ‘vrij van uitdagingen’. 

Dit idee komt van het ego. Die wil je veilig houden. Door mee te gaan met de rest van de massa hoef je niet zelf na te denken en bespaar je energie. Kostbare energie die je later misschien nodig hebt voor uitdagendere situaties (die echter zelden tot nooit op je pad komen). 

Daarnaast wil het ego dat je anderen tevreden houdt, omdat ze je anders in de steek zouden kunnen laten. De pijn van verlaten worden heb je in je jeugd al eens mee gemaakt en het ego wil voorkomen dat dit je nog eens overkomt. Die beschermende zorg is goed bedoeld, maar dat jij jezelf in de steek laat en dus pijn doet als je alleen anderen bedient, wordt door het ego volkomen genegeerd. 

Het wil wat dat betreft ook niet dat je gaat voelen. Doe je dat namelijk wel, dan kom je er achter dat al die goed bedoelde bescherming je weghoudt van hetgeen je werkelijk wilt.
Zodra je dat ontdekt, verliest het ego zijn waarde, en daarmee zijn macht en controle over jou. En dat wil het tegen elke prijs voorkomen.

Tegenstroom - Bianca van Baast


Meestromen betekent dan ook niet ‘meegaan met je buitenwereld’, maar mee bewegen met je eigen natuur
Dat is alles behalve makkelijk, omdat dit meestal ingaat tegen hetgeen je hebt geleerd, en dus ook tegen hetgeen dat veilig en vertrouwd voelt. 
Het houdt in dat je regelmatig bewust naar binnen gaat om te voelen of je in de weerstand zit of meebeweegt. Dat je voor jezelf moet denken en voelen wat jou laat stromen. Dat je uit je comfortzone komt als je die ontgroeit bent. Dat je de richting die iets opgaat ombuigt of omleidt, op het moment dat jij en/of een ander tekort wordt gedaan. En dat je loslaat zodra je klaar bent voor een nieuwe fase.

Flow model - Mihaly Csikszentmihalyi

In het boek Creativiteit schrijft de Amerikaans/Hongaarse psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi dat flow alleen kan bestaan als we iets doen dat een uitdaging voor ons vormt. Hoe meer we worden uitgedaagd, terwijl we het vertrouwen behouden dat we de benodigde vaardigheden bezitten om de taak te volbrengen – hoe meer we ons lichaam, omgeving en tijd overstijgen. Op zo’n moment laten we beperkingen los en kunnen we volledig en vrij stromen. 

Wat daagt jou uit, vraagt om jouw volledige concentratie en helpt je jouw lichaam, omgeving en tijd te overstijgen?


BoekenBoeken

1.5.20

Emoties en het (on)voorwaardelijk liefhebben

Ik zit gezellig in gesprek met mijn zus en schoonzus als ik ineens een hand onder mijn arm voel doorgaan die naar mijn nog onaangetaste servet grijpt.
Voordat het enkele centimeters heeft kunnen bewegen heb ik het al te pakken en trek ik het terug. 
Licht verontwaardigd kijk ik de dief die naast mij zit aan. ‘Wat is hier de bedoeling van?’
‘Je nichtje wil het lint dat om je servet zit,’ verklaard mijn vader.
‘Dit is mijn servet en mijn nichtje hoeft niet alles te hebben’, verzeker ik hem. 
Ik hoor mijn schoonzusje grinniken. Gelukkig maar. Ik heb het tenslotte over hààr dochter.

Rond dezelfde tijd dat dit speelt zie ik iemand op facebook een video posten van een vader met zijn dochter. Ze spelen spelletjes. De peuter is geblinddoekt, waardoor de vader ervoor kan zorgen dat elke poging die zijn dochter onderneemt het gewenste resultaat oplevert. 
Elke keer dat het meisje haar blinddoek afdoet en ziet dat ze ‘gewonnen’ heeft straalt ze van geluk, en natuurlijk straalt papa met haar mee. 
Het is een aandoenlijk filmpje. Het is duidelijk dat papa zijn dochter wil opvoeden met het idee dat ze tot alles in staat is. 
Aan de ene kant complimenteer ik haar vader dat hij haar potentie ziet. Aan de andere kant vraag ik me af wat er gebeurt als papa, of iemand anders, er niet (meer) is om haar ondernemingen tot een succes te brengen. Wat als ze geconfronteerd wordt met een ongewenst resultaat? Kan ze daar dan mee omgaan? 

De gebeurtenis met het servet speelde zich af in een eetgelegenheid tijdens een kerstdiner. Mijn nichtje (7) en neefje (4) hadden spulletjes van thuis meegebracht om zichzelf gedurende het etentje te vermaken, maar waren al snel uitgekeken op hun speelgoed en begonnen met elkaar te stoeien. Niet kwaadaardig. Er werd veel gelachen en er kwamen zelfs kusjes bij kijken. Niemand in het restaurant had er last van behalve enkele volwassenen in ons gezelschap. Die voelden zich ongemakkelijk, bedachten allerlei horrorscenario’s van wat er zou kunnen gebeuren en begonnen op de kinderen te mopperen. 
De sfeer sloeg om. Vooral mijn nichtje, die net als ieder ander niet beperkt wil worden in haar vrijheid, begon te mokken. Niets was nog goed.
De volwassenen die waren begonnen met mopperen beschuldigden haar nu van het verpesten van de avond.
Om de boel te sussen deed mijn vader er alles aan om mijn nichtje op te vrolijken, zelfs door ongevraagd spullen bij een ander weg te nemen.

Not me II - Bianca van Baast
In beiden gevallen zie ik hetzelfde gebeuren. Namelijk dat niemand verantwoordelijkheid neemt of leert te nemen voor zijn eigen gevoelens en emoties. Ik snap dat het vreselijk is om je kind of kleinkind ongelukkig te zien. En dat je dit onaangename gevoel probeert te sussen door die ander blij te maken of te beschuldigen.
Maar beide handelingen zijn egoïstische daden. Ten eerste omdat een ander - volgens jou - gelukkig MOET zijn of een bepaald gedrag MOET vertonen, omdat jíj anders niet gelukkig kunt zijn.
Ten tweede begrijp ik dat het heerlijk is om nodig te zijn, maar op deze manier ontneem je de ander de kans om zelf te ontdekken hoe men het beste om kan gaan met falen en verveling.

Je zou denken dat een ander gelukkig maken (of tot de orde roepen) een vorm is van onvoorwaardelijke liefde, maar in dit geval is het dat totaal niet. Ik betwijfel trouwens of een mens überhaupt instaat is tot onvoorwaardelijk liefhebben. Over het algemeen hebben wij lief omdat we er iets voor terugkrijgen. 
Onvoorwaardelijke liefhebben kan alleen als we zonder oordeel zijn. Wanneer we iedereen accepteren zoals men is, wanneer de ene emotie niet beter of slechter is dan de ander. Wanneer elk leven even waardevol is, ongeacht of je nu (uiterlijk) succes hebt of niet. 

Stel je eens voor hoe het zou zijn geweest als je zou zijn opgegroeid zonder oordeel over wie je moet zijn. Wat voor een effect dat zou hebben gehad op jouw leven? Hoe vrij zou je je dan nu voelen?
En wat is er voor nodig om vaker oordeelloos naar jezelf en anderen te zijn?

20.4.20

Liefhebben, het GOLOV-20 virus en het ego

Covid-19 is nog niet voorbij en er gaat alweer een nieuw virus rond. 
Dr. Joe Dispenza was de eerste die het kreeg. Een liefdesvirus. Genaamd GOLOV-20, die zich per app verspreid. (Zie de instructies in de video hieronder om jouw liefde te verspreiden).
Zijn manier is echter niet de mijne, en dus wilde ik iets persoonlijks maken door mijn liefde en waardering uit te dragen via een vlog.



Ter voorbereiding maakte ik een lijst van dingen die ik waardeer en liefheb in mezelf en anderen. (We zijn tenslotte allemaal elkaars spiegelbeeld, dus het maakt niet uit wat je ziet en in wie.) 
Terwijl ik de lijst uitschreef, besefte ik me hoeveel ik niet alleen hou van het perfecte, zoals wanneer mensen zorgzaam zijn. Maar ook van het imperfecte, bijvoorbeeld wanneer mensen nep zijn of niet reageren zoals ik zou willen. 

Zoiets toegeven en daarin berusten, is nog niet zo makkelijk. Het hart wil wel delen en verbinding maken met anderen, maar het ego wil blijven beschermen. Het beredeneert: ‘die persoon of dat gedrag heeft je al eens eerder pijn gedaan. Dat wil je toch niet nog een keer mee maken!? We hadden je hart afgesloten om te voorkomen dat je nog vaker pijn gedaan zou worden. Luister nou naar mij; heb maar niet te veel lief!’

Maar ik kan er niet omheen. Ik begin steeds meer te houden van de pijnen uit mijn verleden, omdat ze me op het pad zetten naar meer liefde en voluit leven.
Hierdoor houd ik van mensen die stralen en bezield zijn, maar ook van mensen die openlijk toegeven dat ze in het duister te zitten en de weg kwijt zijn.
Kortom ik hou van mensen die authentiek zijn, omdat het in hun bijzijn zoveel makkelijker is om ook mezelf te zijn. Tevens hou ik van mensen die zichzelf verschuilen achter een masker, omdat ze daarmee mijn verlangen naar openheid en eerlijkheid aanwakkeren.

Ik hou van open, eerlijk en ongeveinsd. Zelfs als dit niet overeenkomt met waar ik voor sta, of als het me aan het schrikken maakt. Ten eerste omdat ik dan weet waar ik aan toe ben wat betreft die ander. En ten tweede omdat het van me vraagt mijn hart en mind (opnieuw) te openen en mijn horizon te verbreden. 

Mijn ego heeft wel gelijk. Ik wil liever geen pijn of iets dergelijks ervaren, maar elke keer dat ik zoiets toch mee maak, geeft het mij de kans om veerkrachtiger te worden. Om steeds iets sneller op te staan, me te openen en nog meer lief te hebben.

Een leven zonder teleurstellingen of tegenslagen zal nooit bestaan, maar we hebben wel de keuze: sluiten we onszelf steeds meer af en kiezen we daarmee voor verharding?
Of grijpen we de kans aan om flexibeler te worden, door telkens opnieuw te kiezen voor openheid, liefde, zachtheid en verbinding?



13.4.20

De blinde vlek en uitdaging in provocerende tijden

Gisteren schreef ik een blog over de toekomst en hoe je die door middel van het steunen van bepaalde ideeën en producten kunt sturen. Dat ik de volgende dag zelf zou worden uitgedaagd om voor iets te gaan staan, had ik niet verwacht. Zeker niet naar aanleiding van zoiets als dit.

Vanochtend zag ik Brian Rose, oprichter en gastheer van LondonReal.tv, een oproep doen. 
Het is zijn missie om, via video’s waarin hij grote denkers interviewt, de mensheid te transformeren tot een krachtige, bewuste en samenwerkende eenheid.
Echter, op 11 april jongsleden werd de LondonReal website gehackt en sinds vandaag ook verbannen van social media. De aanleiding hiervoor is waarschijnlijk het interview dat Rose had met zijn gast David Icke, een Britse complottheoreticus die beweert dat een aantal machtige wereldleiders behoren tot de Illuminatie. Zij zouden afstammen van de zogenaamde Reptilians, een buitenaards ras die de macht over de mensheid wil overnemen.

Het feit dat LondonReal én anderen die kritische vragen stellen nu de mond worden gesnoerd zou een bewijs kunnen zijn dat er een kern van waarheid in zit.
Maar, ongeacht of hetgeen wat er nu gebeurt een marketingstunt is van Brian Rose, er daadwerkelijk sprake is van samenzwering of dat deze reptielenaliens werkelijk bestaan; er wordt één ding over het hoofd gezien. 


Vóór de oerknal was alles één. Dat wil zeggen dat alles wat er nu is, voortgekomen is uit de bron die zich toen heeft opgesplitst. Vergelijk het met een spiegel die eerst een geheel vormde en nu uit oneindig veel stukjes bestaat. Er is niets toegevoegd of ingevoerd uit andere oorden.
Dat zou betekenen dat deze bron uit polariteit bestaat: licht en donker, goed en kwaad, ziel en ego, universele waarheid en illusionaire waarheid. 

Als je de bron vergelijkt met een oceaan, dan is elk brondeeltje gelijk aan een druppel uit die oceaan. Elke druppel bevat dezelfde kwaliteiten en polariteiten als de bron. Kijken we naar een ander, dan zien we dus een spiegel van onszelf, omdat we beiden druppels uit dezelfde oceaan zijn.

De enige reden dat we bepaalde kwaliteiten in onszelf of de ander niet terugzien, bijvoorbeeld hoe goed iemand iets bedoelt, hoe emotioneel jezelf reageert of hoe compleet we zijn, is omdat onze persoonlijkheid, die vanuit ervaringen zijn eigen waarheid heeft gevormd, enkel zijn waarheid ziet en niet de universele.

Wat we zien in de ander, zegt dus iets over onszelf. Als we ons machteloos voelen en daarmee de ander de machthebber noemen, hebben we de neiging om de ander te beschuldigen van onze machteloosheid. Terwijl we ons werkelijkheid zouden moeten afvragen op welke manier wijzelf onze kracht ontzeggen.

Jarenlang heb ik gemopperd dat mensen mij nooit zagen voor wie ik werkelijk was, totdat ik me realiseerde dat ik mijn authentieke zelf, uit angst voor oordeel,  zo ver had weggestopt dat ik haar zelf ook nog nooit had gezien. Hoe kon ik dan verwachten dat anderen haar wel zouden zien?! 
Als we ons beperkt voelen, is dat omdat we ons zelf nog ergens in beperken.  Wat dat betreft zijn we onze eigen grootste vijand. Maar worden we (dankzij polariteit)  tevens uitgedaagd om onze grootse bondgenoot te worden.